“De mens heeft een eigen wil, de mens ontving alles, alles, maar het is aan hen het goede te zoeken. Wij leven, zoals ik je al zei, in de eeuw van de technische wonderen en van geestelijke ontwikkeling. De technische wonderen kunnen de mensen aanvaarden, omdat zij die wonderen zien. Maar dat wij in de eeuw van geestelijke ontwikkeling leven, dat kunnen zij …, niet aanvaarden. En toch, ik spreek de heilige waarheid, thans bidt de mens, smeekt om geestelijk voedsel, roept God te hulp om hem van deze demonen (heersers die denken het recht te bezitten hun medemensen te kunnen mishandelen en tiranniseren, GA) te bevrijden. Nu komen wij naar de aarde om hem van dit alles, van het ontstaan van het heelal, van mens en dier, van geestelijke afstemmingen en duizenden geestelijke wetten meer, te overtuigen. Alleen dit weten kan hem helpen, kan hem uit de chaos bevrijden.
Nogmaals, God gaf ons alles, maar God kan ons thans niet helpen, want wij hebben een eigen wil en moeten die alleen ten goede gebruiken. Mens op aarde, mijn zusters en broeders, zoekt dus het goede en tracht in uw eigen huis rust en vrede te scheppen. Aanvaardt, dat u eeuwig voortgaat en straks deze wereld (de andere kant of de sferen, GA) zult binnentreden. God staat niet toe, dat één van Zijn kinderen leed ontvangt. Voelt aan wat dit wil zeggen.
Geen leed zal en kan u treffen, wanneer de wet van oorzaak en gevolg de uwe niet is. Dat zegt dus, dat u alles, maar dan ook alles in het diepe verleden hebt goed gemaakt en thans op aarde bent voor het een of andere doel. Staakt uw bidden niet, want toch wordt u allen geholpen. God waakt, ook al ligt uw eigen lot in uw handen. U hebt alles, alles van uw God ontvangen, maar weet, dat zij, die heengingen, over u waken en u van hieruit zullen helpen. Ook aan deze chaos komt een einde.
Bidt, bidt en verlies uw geloof en vertrouwen niet, ook al dreigt de mensheid ten onder te gaan. Weet, dat u op uw kosmische en vastgestelde tijd zult sterven, dat alles van tevoren is geregeld. Blijft dus bidden, dat is uw enige redding, dan zal eens het goede zegevieren.
Bewijst, wat u wilt, wat in u is en zorgt dat u bereid bent te sterven en te trachten in die chaos het goede te zoeken. Begint nog heden, nu moet het geschieden, want morgen wordt u misschien uit dat aardse leven weggerukt en leeft u aan deze zijde. Dan kan alleen reine liefde uw redding en uw geluk zijn in dit leven van realiteit. God geve u de kracht uw kruis te dragen, God bescherme u en de uwen. In wezen zijn wij één, maar wij hebben onze kringloop volbracht en alle leed geleden. Aanvaardt deze boodschap, het is een grote genade dit alles in uw stoffelijke leven te mogen ontvangen.
Aan uw menselijke horizon flikkert een heel zwak licht. Dat is het licht van de geestelijke bewustwording. Voelt aan, u mens der aarde, hoe zwak dit licht is, maar toch, nu wij dit zien, geeft het ons hoop en vertrouwen, ons werk voort te zetten en af te maken.
Christus leefde eens op de planeet aarde en bracht ons mensen het hemelse geluk. Dit werd niet aanvaard, niet begrepen en nog voelt men niet wat dit betekent. Duizenden jaren geleden reeds had er vrede en rust op aarde kunnen zijn. Maar de mensen aanvaardden niet, geloofden niet en gingen ten onder. Van die tijd af had het leven op aarde een paradijs kunnen zijn, maar nog is daar geen verandering gekomen; na al die eeuwen is er niets veranderd. Al die geestelijke wetten zijn er nog, maar de dood zwaait nog steeds zijn scepter, is heer en meester op aarde en bezorgt de mensen angst, en ook leed en smart. Ziet door dat zwarte masker heen, u ziet geen luchtkastelen, maar het eeuwige leven en ons, die vóór u heengingen.
Wij, die aan gene zijde leven, hebben de boodschap van Christus leren kennen en begrijpen en aanvaarden, dat de gehele kosmos is bewoond. Wij hebben geleerd, dat wij als God zijn en bewust daarin overgaan. Dit moet u u eigen maken. U moet aanvaarden, dat u eeuwig voortleeft, pas dan zult u in de geest ontwaken en ziet u in de andere mens uw zuster en broeder. Hebt elkaar lief, zoals u uzelf liefhebt. Ziet omhoog, het hemelse geluk wacht u. Aan u dit te verdienen, u dit alles eigen te maken.”
Bron: Jozef Rulof – Het Ontstaan van het Heelal, p. 362 (ISBN 90.70554.070)





